
Hoe oefen je voor de capaciteitentest van Defensie? Dit moet je weten.
Bij de capaciteitentest kijkt Defensie hoe jij denkt, redeneert en problemen oplost. Je krijgt vragen met woorden, getallen en figuren, en je werkt onder tijdsdruk. Haal je de test niet, dan stopt je sollicitatie.
Het goede nieuws: je kunt je erop voorbereiden. In dit artikel lees je waar de test in de keuring zit, uit welke onderdelen hij bestaat, hoe de voorbeeldvragen eruitzien en hoe je oefent.
Wat is de capaciteitentest van Defensie?
De capaciteitentest is een test die je denkvermogen meet. Je kunt het zien als een soort intelligentietest. Er wordt gekeken naar drie soorten vaardigheden: verbaal, numeriek en non-verbaal redeneren.
Kennis speelt daarbij een kleine rol. Je hoeft geen jaartallen of formules te leren. De test meet vooral hoe snel en goed je logische verbanden ziet. Dat is precies wat je als militair nodig hebt: snel informatie verwerken en de juiste keuze maken.
De test bestaat uit meerdere subtesten en kan op verschillende niveaus worden afgenomen. Welk niveau je krijgt, hangt af van de functie waarop je solliciteert. [CHECK: koppeling niveau aan functie of opleidingsniveau]
Waar in de keuring zit de capaciteitentest?
De capaciteitentest is onderdeel van het psychologisch onderzoek. Dat onderzoek bestaat uit drie delen:
De capaciteitentest: je denk- en redeneervermogen;
De persoonlijkheidsvragenlijst: wie je bent en hoe je reageert in bepaalde situaties;
Het gesprek met de psycholoog: je levensloop, je motivatie en hoe je omgaat met tegenslag.
Lees ook: Welke vragen stelt de psycholoog tijdens de Defensie keuring? (link naar blog)
Thuis én in Amsterdam
Je maakt de capaciteitentest twee keer. Eerst thuis, online. Daarna nog een keer op locatie in Amsterdam, op dezelfde dag als je gesprek met de psycholoog.
Dat heeft een reden. Thuis kan Defensie niet zien wie de test maakt, of welke hulpmiddelen je gebruikt. In Amsterdam wel. Door de twee uitslagen te vergelijken, kijkt Defensie of je thuis eerlijk hebt gewerkt. Zit er te veel verschil tussen beide scores, dan kun je worden afgekeurd.
Maak de thuistest dus zelf, zonder hulp. Daar kom je later in dit artikel nog op terug.
Uit welke onderdelen bestaat de capaciteitentest?
De test bestaat uit drie hoofdonderdelen. Hieronder lees je per onderdeel wat er wordt gemeten, met een voorbeeldvraag en de uitleg.
1. Verbaal redeneren: taal en betekenis
Bij verbaal redeneren draait het om woorden. Begrijp je wat een woord betekent? Zie je hoe twee woorden zich tot elkaar verhouden? Een veelgebruikte vraagvorm is de analogie: een verband dat je moet doortrekken.
Voorbeeld: Boek staat tot lezen, zoals mes staat tot ...?
a) vork b) snijden c) keuken d) scherp
Antwoord: b) snijden. Met een boek doe je iets: lezen. Met een mes doe je ook iets: snijden. Het verband is 'voorwerp en wat je ermee doet'. Vork en keuken horen wel bij een mes, maar volgen dat verband niet.
Voorbeeld 2: Wat is het tegenovergestelde van 'schaars'?
a) zeldzaam b) duur c) overvloedig d) klein
Antwoord: c) overvloedig. Zeldzaam betekent ongeveer hetzelfde als schaars. Let bij dit soort vragen goed op of er gevraagd wordt naar hetzelfde of naar het tegenovergestelde.
2. Numeriek redeneren: getallen en patronen
Bij numeriek redeneren werk je met getallen. Vaak krijg je een reeks waarin je het patroon moet ontdekken. Soms krijg je een korte rekensom uit de praktijk.
Voorbeeld: 3, 6, 12, 24, ...?
Antwoord: 48. Elk getal is het vorige keer twee.
Voorbeeld 2: 2, 5, 11, 23, ...?
Antwoord: 47. Hier zit een dubbele stap in: keer twee, plus een. 2 × 2 + 1 = 5, 5 × 2 + 1 = 11, en zo verder. Zie je het patroon niet direct? Kijk dan naar de verschillen tussen de getallen: 3, 6, 12. Die verdubbelen ook.
Voorbeeld 3: Een voertuig rijdt 60 kilometer per uur. Hoe lang doet het over 150 kilometer?
Antwoord: 2,5 uur. 150 gedeeld door 60 is 2,5. Rekenmachine erbij? Reken daar niet op. Oefen met hoofdrekenen.
3. Non-verbaal redeneren: figuren en vormen
Bij non-verbaal of abstract redeneren krijg je geen woorden of getallen, maar figuren. Je ziet een reeks vormen die stap voor stap veranderen. Jij bepaalt wat de volgende stap is.
Voorbeeld: Een pijl wijst naar boven. In het volgende vak wijst hij naar rechts, daarna naar beneden. Welke kant wijst hij in het vierde vak op?
Antwoord: links. De pijl draait elke stap een kwartslag met de klok mee.
Voorbeeld 2: Een vierkant met één stip, een vierkant met twee stippen, een vierkant met drie stippen. Daarnaast verschuift een zwart blokje elke stap een hoek verder. Hoe ziet het vierde vierkant eruit?
Antwoord: vier stippen, met het zwarte blokje in de volgende hoek. Bij dit soort vragen veranderen vaak twee dingen tegelijk. Kijk daarom per onderdeel van de figuur wat er verandert.
Afhankelijk van de functie kan ook ruimtelijk inzicht worden getest: voorwerpen in je hoofd draaien of een uitgevouwen doos in gedachten in elkaar zetten.
Hoe lang duurt de capaciteitentest?
Je hebt ongeveer 45 minuten voor de test. [CHECK: duur bevestigen] Dat klinkt ruim, maar je krijgt veel vragen. Het tempo ligt hoog, en snelheid telt mee in je score.
Dat betekent dat je niet te lang mag blijven hangen bij een lastige vraag. Een vraag overslaan en later terugkomen, levert vaak meer op dan drie minuten piekeren.
De uitslag van het psychologisch onderzoek hoor je meestal dezelfde dag.
Wat gebeurt er als je de capaciteitentest niet haalt?
De capaciteitentest is een aftest. Haal je de minimale score niet, dan stopt je sollicitatieproces. Je gaat dan niet door naar de volgende onderdelen van de keuring.
Dat is geen eindpunt. Na een afkeuring kun je in de meeste gevallen na een vaste periode opnieuw solliciteren. Die tijd kun je gebruiken om gericht te oefenen.
Lees ook: Capaciteitentest niet gehaald: wat nu? (link naar blog)
Hoe oefen je voor de capaciteitentest?
Je kunt je denkvermogen niet in een week verdubbelen. Wel kun je wennen aan het soort vragen en aan het tempo. Dat maakt op de dag zelf een groot verschil.
Oefen met de vraagtypes
Wie een analogie of getallenreeks voor het eerst ziet, verliest tijd met snappen wat er gevraagd wordt. Wie ze vaker heeft gedaan, herkent het patroon direct. Oefen daarom met alle drie de onderdelen, ook met het onderdeel dat je makkelijk vindt.
Oefen op tijd
Zet een timer als je oefent. Zo leer je hoe lang je per vraag hebt, en wanneer je een vraag beter kunt overslaan.
Train je hoofdrekenen
Tafels, procenten, delen en vermenigvuldigen zonder rekenmachine. Een paar minuten per dag is genoeg om er sneller in te worden.
Lees de vraag twee keer
Sommige vragen lijken simpel, maar er zit een draai in. Wordt er gevraagd naar hetzelfde of naar het tegenovergestelde? Naar de volgende figuur of naar de figuur die niet in de reeks past?
Zorg dat je fit aan de start verschijnt
Slaap goed de nacht ervoor, eet iets voordat je begint en kom op tijd. Een vermoeid hoofd redeneert trager.
Een oefenschema voor de weken voor je keuring
Heb je nog een paar weken? Dan kun je deze opbouw aanhouden:
Week 1: verkennen. Maak van elk onderdeel een paar oefenvragen zonder tijdsdruk. Ontdek waar je sterk en zwak in bent.
Week 2 en 3: gericht oefenen. Besteed de meeste tijd aan je zwakste onderdeel. Oefen dagelijks een korte sessie van twintig tot dertig minuten.
Week 4: onder tijdsdruk. Maak volledige oefentests met een timer, in één keer, zonder pauze. Zo went je hoofd aan de lengte van de test.
De dagen ervoor: rust. Herhaal nog wat vragen, maar ga niet de nacht voor je keuring nog uren oefenen.
Veelgemaakte fouten bij de capaciteitentest
Te lang blijven hangen. Eén lastige vraag kost je de tijd voor drie makkelijke.
De thuistest laten maken of met hulp maken. Het verschil met je score in Amsterdam valt op. Dan word je afgekeurd op integriteit, terwijl je de test misschien prima zelf had gehaald.
Alleen oefenen wat je al goed kunt. Dat voelt prettig, maar levert weinig op.
Gokken zonder na te denken. Weet je het niet, streep dan eerst de antwoorden weg die zeker fout zijn. Je kans op een goed antwoord wordt daarmee groter.
Veelgestelde vragen over de capaciteitentest van Defensie
Kun je je voorbereiden op de capaciteitentest?
Ja. Je kunt wennen aan de vraagtypes en het tempo. Kandidaten die geoefend hebben, verliezen minder tijd met het begrijpen van de vragen en houden meer tijd over voor het antwoord.
Welk niveau heb je nodig?
Dat hangt af van de functie waarop je solliciteert. De test kan op verschillende niveaus worden afgenomen.
Waarom maak je de test twee keer?
Thuis kan Defensie niet controleren wie de test maakt. In Amsterdam wel. Door beide scores te vergelijken, toetst Defensie ook je integriteit.
Wat als ik de capaciteitentest niet haal?
Als je de capaciteitentest niet haalt, dan stopt je sollicitatie op dat moment. Het is vervelend, maar de capaciteitentest moet je halen. In de meeste gevallen mag je na een vaste periode opnieuw solliciteren en an je een nieuwe poging wagen.
Goed voorbereid de capaciteitentest in?
Bij De Frontlinie bereid je je voor op het hele psychologisch onderzoek: de capaciteitentest, de vragenlijst en het gesprek met de psycholoog. Je oefent met je coach, een oud-militair, en weet op de dag zelf wat je te wachten staat.

